
Bij offsetdrukken valt de kwaliteit van het eindproduct af wanneer het UV-licht niet tot op de bodem van de inktlaag komt. Hierdoor wordt alleen de oppervlakte van de inkthard, terwijl de onverwerkte fotoinitiatoren vast blijven zitten in de laag onderin. Dit zorgt voor een slechte hechting tussen de lagen, problemen met de drukvoering en een ongewenste geur. De oplossing is niet alleen om de maximale straling te verhogen, maar ook om te zorgen voor een goede doordringing van het UV-licht.
Wat er echt toe doet Wanneer we een UV-lamp instellen voor offsetdrukken, letten we op het spectrale uitstootspel en de diepte van de harding. Een hoge drukmerkbaarstoflamp, afgesteld met dichroïsche reflectoren, geeft een stabiele uitstoot tussen 365 nm en 395 nm – precies in de absorptiegebieden van de gebruikelijke fotoinitiatoren. Dit spectrum zorgt voor effectieve fotolyse en daarnaast voor kruislinking door de hele inktlaag heen. De lamp zorgt voor een hoge energiedichtheid in het gebied waar de harding plaatsvindt, maar houdt de maximale straling onder controle, zodat het oppervlak niet beschadigt raakt. De uitstoot blijft gedurende 3.000 uur stabiel, met minimale veranderingen in het spectrum.
Waarom het goed werkt bij dikke lagen Bij offsetdrukken zijn de inktlagen vaak 20 tot 60 micrometer dik of zelfs meer. Hierdoor is doordringing van het UV-licht een probleem. Met het juiste spectrale profiel en voldoende dosis kan de reactie van de fotoinitiatoren efficiënt plaatsvinden, vanaf het substraat tot aan het bovenste oppervlak. Hierdoor wordt er goed gekruist gelinkt, waardoor de hechting verbetert en het product gemakkelijk kan worden verwerkt. Omdat de lamp geen ozon produceert, is er minder ventilatie nodig, en gevoelige materialen in de buurt van het gebied waar de harding plaatsvindt blijven beschermd.
Wat je moet controleren bij installatie De lamp en de reflectoren moeten passen bij de geometrie van de drukpers en de behuizing. Onjuiste reflectoren zorgen voor een lagere dosis UV-straling en een hogere werktemperatuur. Controleer goed de oriëntatie van de lamp, de waterkoeling en de compatibiliteit van de stroomvoorziening. Er is ook tijd nodig voor het bereiken van een stabiel spectraal profiel. Plan regelmatig het vervangen van de lamp, zodat de energiedichtheid constant blijft.